• Interview met Jos van Emden

    Wat eet een prof? (Fiets Juli 2011)

    Elke fietser kent het wel: een ontbijt dat verkeerd valt, of geparkeerd staan met een lijf dat schreeuwt om voeding en benen waar alle kracht uit verdwenen lijkt. Eten is belangrijk voor de motor die de benen rond doet gaan. Maar welk reepje is nou eigenlijk het beste? Wat moet er in je bidon? En hoeveel neem je mee in die kleine vakjes? Vaak zijn er wel medefietsers die het antwoord menen te weten. Fietsers die gelletjes, reepjes en poedertjes eten omdat de profs dat ook doen. Maar doen de profs dat wel? Wat eten die eigenlijk op de fiets? Nederlands kampioen tijdrijden, Jos van Emden, weet daar alles van.

    Gemiddeld verbrandt een fietser 800 kcal per uur. Tijdens een tour etappe verbranden de profs zelfs wel 5000 – 7000 kcal. Op de fiets kun je per uur zo’n 70 g koolhydraten opnemen en het is aan te raden om ongeveer 10 ml per kg lichaamsgewicht per uur te drinken. Van Emden weegt 76kg en drinkt een bidon per uur. “Als ik ga trainen, neem ik voor elk uur wat mee. Het eerste uur op de fiets eet ik niets, maar daarna wel.” Jos vertelt ons dat een boterham tijdens de training gewoon kan, want tijdens de training kun je de tijd nemen om te eten. Hij neemt vaak ontbijtkoek mee en niet van die speciale sportreepjes. “Toen ik nog studeerde heb ik van die repen gekocht en vergeleken met de gewone in de supermarkt. Wat bleek? Supermarktrepen zijn ook voedzaam en een stuk goedkoper. Als arme student was de keuze snel gemaakt,” vertelt hij, “Sultana eet ik niet op de fiets, dat is een plakje deeg met een rozijntje erin, dat heb ik na 200 meter al verbrand.”

    Tijdens een koers krijgt Jos zo’n tasje voeding wat de verzorgers uitdelen aan de renners, in dat tasje zitten meestal twee repen, drie gelletjes, twee broodjes met appel, banaan of wat confituur en twee bidons. In de ene bidon zit mineraal drank en in de ander voeding met veel koolhydraten. Tijdens warme koersdagen worden de bidons aangemaakt met minder poeder, want het komt wel eens voor dat renners maag problemen krijgen door de hoge concentratie en de zoete smaak.

    “Gelletjes eet ik niet als ik train, die zijn voor het laatste uur van een koers. Ze worden erg snel opgenomen en dat heb je dan nodig. Tijdens training of een toertocht hoeft dat niet. Wat je wel kan doen is een gelletje meenemen, voor de zekerheid.”

    Na een wedstrijd zijn stroopwafels vaste kost. Tijdens de koers verbrandt het lichaam veel, de bloedverdeling is geconcentreerd op de spieren en de spijsvertering draait op een laag pitje. Suiker eet dan lekker weg en wordt makkelijk opgenomen. “Je probeert het wel te vermijden, maar daarin moet je ook weer niet doorslaan. Een beetje suiker kan echt wel. En ontbijtkoek is op de fiets of een stroopwafel achteraf, dat is juist goed, maar als tussendoortje op de bank gaat het direct op de heupen zitten.”

    Eigenlijk gaan de standaard regels over gezond voedsel ook voor fietsers op. Al hangt er voor een prof wel wat meer van af. Topsporters gebruiken alle winst in kracht en snelheid die er te behalen valt. Jos is dol op melk en kwam er -door een onderzoek bij de kinesist – achter dat hij door koemelk kracht verliest. “Ik drink nu tijdens de belangrijke perioden rijstmelk.” Ook in de supermarkt maakt Van Emden bewuste keuzes: “Die voorgesneden groente?” Hij schudt zijn hoofd. “Die moet je niet eten joh! Daar is niets meer van over! Voedsel is het beste als het nog dicht bij de natuur is. Groente eet ik zoveel mogelijk rauw, want dan is het nog zoals het hoort te zijn. Ik vind dat ook echt lekker. Als ik broccoli eet, is de helft al op voordat het de pan in gaat.” Jos houdt van koken, bakt soms zijn eigen brood en eet zijn aardappeltjes in de schil. “Direct onder de schil zitten de vitamientjes en het is makkelijk, dan ik ze niet te schillen,” geeft hij toe, “en dicht bij de natuur. Net als dat brood, als ik het bak is het zonder toevoegingen en het is voedzaam en dat heb ik nodig.”

    Fietsen vraagt bij elke fietser veel van het lichaam. Sportarts Guido Vroemen vertelt dat renners tijdens meerdaagse koersen hun eetlust kunnen verliezen. Dat komt door de opgebouwde vermoeidheid. Tijdens de Giro had Jos hier ook last van. “Ik maakte mijn ontbijt zo lekker mogelijk met fruit erbij en weet ik niet wat nog allemaal om maar te zorgen dat ik het kon eten, maar ik kreeg het echt niet weg,” vertelt hij. “Toen ik aan de verzorger vroeg wat ik moest doen vertelde hij me dat ik pasta en een ei moest eten. Het werkte!” Pasta is licht verteerbaar en een voedzame basis voor een sportdag. Het werkt voor profs, maar ook voor een vakantie fietser is het een goede optie.

    Gewicht speelt bij wielrennen een grote rol, Jos houdt daar rekening mee. Al is hij niet zoals de broertjes Schleck. Niet elke fietser is erbij gebaat om zo dun te zijn. “Wat heb je eraan om jezelf uit te hongeren als gewone fietser? Om een kilo lichter te zijn?” vraagt Jos. Hij haalt zijn schouders op. “Zelfs voor een renner als ik maakt het niet uit. Voor Gesink wel, maar voor mij? Ik word op een berg toch wel gelost of ik nou een kilo lichter ben of niet.” Elk mens heeft een ideaal gewicht. Een lichaam met een te laag gewicht levert in aan kracht en energie. “Ik heb wel eens geprobeerd lichter te zijn, maar ik werd daar niet beter van,” vertelt Jos. “Wielrenners geilen er natuurlijk wel op, maar ik kan me voorstellen dat je als hobby-fietser sport voor je gezondheid, dan hoeven de aders echt niet uit je benen te springen. Bij zo’n laag gewicht word je sneller ziek en heb je zo een verkoudheid te pakken.”

    Ook al is Jos geen dunne klimmer, hij let wel op wat hij eet. “Vroeger dacht ik dat ontbijtkoek heel goed was, ik at zo’n hele koek op! Kijk eens wat erin zit, dat is suiker en stroop. Ik dacht ook: Appelmoes dat is goed! en at een hele pot leeg.” Hij haalt zijn schouders op. “Ik bedacht me niet dat het teveel zou kunnen zijn. Nu weet ik beter. Suikers moet je vermijden. Alleen tijdens inspanning of als je de hongerklop krijgt, is suiker je beste vriend.”

    Eten is niet zo ingewikkeld als het lijkt en profs zijn eigenlijk gewone mensen. Ze zijn – net als toerfietsers – dol op appeltaart en stoppen tijdens een training wel eens om wat te eten. “Gisteren hebben Laurens en ik tijdens de training een appeltaartje gegeten bij Moeder de Gans, dat is enorm lekkere appeltaart,” biecht Jos op, “dan eet ik op de fiets wel anders, want ik heb dat taartje er al bij, maar zo’n taartje kan wel hoor, dat verbrand ik heus nog wel.”

    Wat vooral naar voren komt uit de ervaring van Jos is dat logica en luisteren naar je lichaam het beste werkt. Volgens Jos kun je het beste doen wat je fijn vindt, dat doet hij ook. Jos was ooit een student en had, net als de meeste fietsers, geen tijd om overdag te fietsen.

    Hij heeft uit die ervaring dan ook een tip : “Ik ging ‘s avonds altijd eerst trainen en dan pas eten, want na het eten word ik een beetje suf en heb ik geen zin meer om op de fiets te stappen. Ik ben er altijd wel voor om mezelf te belonen. Ik at wat en kon daarna lekker gaan slapen.”

  • http://hyde105.com Hyde105

    Interessant artikel, lekker vlot geschreven ook! Verder voor mij heel herkenbaar, eigenlijk eet ik precies zo… Biologisch, veel rauw en alleen maar spelt en rijstmelk ja.

  • Pingback: Artikelen | Rose Mentink

7ads6x98y